• Jaar:
    2006
  • Met:
    Peter Zegveld
  • In opdracht van:
    de Parade

“In mijn atelier zoek ik steeds naar iets waarvan je niet weet of je het kan vinden. Op de manier van de spelende mens. Spelen zonder doel, zoals kinderen dat kunnen, is wat ik beoog” – Peter Zegveld

In Koken met Zegveld krijgt de toeschouwer een kijkje in de keuken van Peter Zegveld. Peter Zegveld zoekt in deze performance naar schone klanken en zuivere beelden. Met zijn zelfgebouwde mechanische instrumenten laat hij de wereld om ons heen sidderen en trillen. Een ambachtelijke situatie, waarin het maken van het geluid beeldend gemaakt wordt. Een visuele ervaring van het geluid; Geluid als muziek. Geluid als beeld.

Beeldend kunstenaar en theatermaker Peter Zegveld lokt zijn publiek met een megafoon de theatertent binnen voor de theatrale geluidsperformance ’Koken met Zegveld’. Zijn instrumentarium doet denken aan het laboratorium van uitvinder Willie Wortel uit de Donald Duck. Elektrische snoeren of rubberen slangen verbinden metalen tonnen met een gasfles. Een blaasinstrument komt te voorschijn uit een kubus, een triangel beweegt aan een hijskraan en in een bankschroef staat een ballon op klappen.

Als de maestro achter zijn geluidstafel plaatsneemt komt het instrumentarium sissend, sidderend en trillend in beweging. Hij gooit grind in een zinken emmer, trommelt op de knallende tonnen of opent een houten kastje, waaruit lucht ontsnapt met de kracht van een orkaan.

Zegveld, die gebruikmaakt van natuurkundige principes, komt al experimenterend op nieuwe vondsten, zoals een ’Triltafel’, ’Spatelwiel’ of ’Noppenfolievernietiger’. De geluidsobjecten spelen een rol als beeldende kunstobject of theatraal object in een van zijn voorstellingen. Op De Parade krijgen ze de hoofdrol in een voorstelling van „duizend bommen en granaten”.

“Willie Wortel met explosieven” – de Volkskrant

Als intermezzo haalt Zegveld jeugdherinneringen op, zoals de maaltijd met zijn ouders of een liedje voor het slapengaan, die hij beeldend omzet in geluid. In het ’gorgellied’ dat hij zingt met water in de mond, begeleid door een borrelend blaasinstrument, is een kinderliedje te herkennen. Grappig is ook de dialoog tussen moeder en zoon: twee toverlantaarns projecteren elk het hoofd van een stripfiguur op de achterwand en de schaduw van een metalen klepje doet de mond bewegen.

In de finale zwelt het geluid aan en ontsnappen er grote rookwolken uit een ton. „Doe je vingers in de oren”, waarschuwt hij en niet ten onrechte. Met een enorme explosie komt het mechaniek tot stilstand.